Boccia
Deze sport van Grieks-Romeinse herkomst vertoont gelijkenissen met petanque. Boccia wordt sinds de Paralympische Spelen van 1984 erkend als paralympische discipline.
Dit is een van de weinige sporten die geen olympische tegenhanger heeft. Boccia wordt gespeeld met 13 lederen ballen, 6 rode, 6 blauwe en 1 witte. Hetzij 6 ballen per speler en 1 doelbal, de 'jack'. Het is de bedoeling de ballen zo dicht mogelijk bij de 'jack' te gooien of rollen.
Boccia wordt binnen gespeeld op een lang, smal terrein (12,5 m x 6 m) dat verdeeld wordt in 6 werpvakken. De mannen en vrouwen nemen het individueel, in pair (2 tegen 2 met reserve) of in team (3 tegen 3) tegen elkaar op. Individuele wedstrijden en wedstrijden in pair bestaan uit 4 ends, wedstrijden in team uit 6 ends.
Deze sport wordt enkel beoefend door atleten met een ernstige beperking, een schedeltrauma, hersenverlamming, ... De atleten spelen in een rolstoel en mogen, naargelang van de classificatie, gebruik maken van een helling en zich laten bijstaan door een sportassistent die met zijn rug naar het speelveld gekeerd zit.
Classificatie
Op het circuit worden de atleten ingedeeld in 4 categorieën, naargelang hun graad van motoriek:
- BC 1: ernstige beperking aan de bovenste ledematen, klasse met assistent
- BC 2: matige beperking aan de bovenste ledematen, klasse zonder assistent
- BC 3: zeer ernstige beperking, klasse met assistent en helling
- BC 4: ernstige of matige beperking aan de bovenste ledematen (bv. tetraplegie of amputatie.
Internationale federatie
Op internationale schaal wordt het boccia gecoördineerd door de BIS Fed, Boccia International Sports Federation.
Liga's
Wilt u boccia beoefenen in België? Afspraak op de site van de twee liga’s die lid zijn van het BPC: G-sport Vlaanderen en LHF.