Topsport
Over Topsport
De topsportpolitiek van het BPC 2009-2012
Heb behalen van een medaille op de Spelen is het ultieme doel van elke topatleet, zo ook voor de mindervalide sporter. Tabel 1 toont aan dat het aantal veroverde medailles op de Paralympische Spelen sinds 1996 een vrije val kent. De geselecteerde atleten verbeteren steeds hun prestaties, maar in vergelijking met concurrerende landen blijkt dit vaak onvoldoende. We blijven momenteel was hangen in de mondiale “subtop”. Dit is grotendeels het gevolg van de toegenomen professionalisering, vooral wat betreft het professionele statuut van de atleten, de trainers, de coaches en andere sportieve begeleiders, alsook wat betreft de wetenschappelijke opvolging van atleten en de innovatieve technologieën in de domeinen van sportmateriaal en –apparatuur.Tabel 1: evolutie van het aantal Belgische medailles op de Paralympische Zomerspelen sinds 1984
| Paralympische Spelen | Belgische deelnemers | ||||||
| ZOMER | Deelnemers | Landen | Aantal atleten | G | Zi | Br | Tot. medailles |
| 1984 New York | 2900 | 45 | 51 | 22 | 22 | 12 | 56 |
| 1988 Seoul | 3053 | 61 | 56 | 16 | 17 | 9 | 42 |
| 1992 Barcelona | 3020 | 82 | 70 (incl. team) | 5 | 5 | 7 | 17 |
| 1996 Atlanta | 3195 | 103 | 37 | 8 | 10 | 7 | 25 |
| 2000 Sydney | 3843 | 123 | 30 | 1 | 4 | 4 | 9 |
| 2004 Athene | 3806 | 135 | 25 (incl. team) | 3 | 2 | 2 | 7 |
| 2008 Peking | 3951 | 146 | 20 (incl. team) | 0 | 0 | 1 | 1 |
Tot 2009 werd in ons land enkel gewerkt aan de hand van de door de atleten behaalde prestaties. Het realiseren van de vooropgestelde criteria op Europese en wereldkampioenschappen gaf recht tot kandidaatstelling voor de Paralympische Spelen. In het verleden bleek deze tactiek de juiste, aangezien in Athene 2004 nog 7 Belgische medailles werden veroverd.
Vandaag de dag is het echter noodzakelijk geworden om te werken aan de hand van een combinatie van sportieve en persoonlijke karakteristieken, die op continue basis dienen te worden herbekeken. In concurrerende landen werd geopteerd voor specifieke topsportprogramma’s in één enkel centrum, waar jonge atleten met een handicap kunnen rekenen op professionele training en begeleiding. We wensen er ook in België een vernieuwde professionele benadering op toehouden, met als doel in de toekomst een rol van betekenis te kunnen blijven spelen op internationaal sportvlak
Het topsportstatuut bestaat uit 3 fasen: elite, belofte en talent. Het is niet noodzakelijk dat een atleet elke fase doorloopt:
- Een atleet met het statuut van elite presteert op wereldniveau
- Een atleet met het statuut van belofte presteert op Europees niveau. Hij/zij is bij voorkeur jonger dan 30 jaar.
- Een talent presteert goed op nationaal niveau en heeft potentieel om door te groeien naar het statuut van belofte of elite. Het talent is bij voorkeur een -23 jarige of een relatief jonge neofiet.
De atleet of het team zal vanaf heden geëvalueerd worden aan de hand van een globaal rapport. Dit houdt in dat, buiten de sportieve prestaties om, eveneens rekening zal worden gehouden met fysieke, wetenschappelijke, voedinggerelateerde, medische en psychologische parameters. Het ultieme doel bestaat erin de prestaties van de atleet of het team te optimaliseren, dit in nauwe samenwerking met Topsport ABC en CEPS.
Over topsport
De topsportpolitiek van het BPC 2009-2012
Heb behalen van een medaille op de Spelen is het ultieme doel van elke topatleet, zo ook voor de mindervalide sporter. Tabel 1 toont aan dat het aantal veroverde medailles op de Paralympische Spelen sinds 1996 een vrije val kent. De geselecteerde atleten verbeteren steeds hun prestaties, maar in vergelijking met concurrerende landen blijkt dit vaak onvoldoende. We blijven momenteel was hangen in de mondiale “subtop”. Dit is grotendeels het gevolg van de toegenomen professionalisering, vooral wat betreft het professionele statuut van de atleten, de trainers, de coaches en andere sportieve begeleiders, alsook wat betreft de wetenschappelijke opvolging van atleten en de innovatieve technologieën in de domeinen van sportmateriaal en –apparatuur.
| Paralympische Spelen | Belgische deelnemers | ||||||
| ZOMER | Deelnemers | Landen | Aantal atleten | Goud | Zilver | Brons | Totaal medailles |
| 1984 New York | 2900 | 45 | 51 | 22 | 22 | 12 | 56 |
| 1988 Seoul | 3053 | 61 | 56 | 16 | 17 | 9 | 42 |
| 1992 Barcelona | 3020 | 82 | 70 (incl. team) | 5 | 5 | 7 | 17 |
| 1996 Atlanta | 3195 | 103 | 37 | 8 | 10 | 7 | 25 |
| 2000 Sydney | 3843 | 123 | 30 | 1 | 4 | 4 | 9 |
| 2004 Athene | 3806 | 135 | 25 (incl. team) | 3 | 2 | 2 | 7 |
| 2008 Peking | 3951 | 146 | 20 (incl. team) | 0 | 0 | 1 | 1 |
Tot 2009 werd in ons land enkel gewerkt aan de hand van de door de atleten behaalde prestaties. Het realiseren van de vooropgestelde criteria op Europese en wereldkampioenschappen gaf recht tot kandidaatstelling voor de Paralympische Spelen. In het verleden bleek deze tactiek de juiste, aangezien in Athene 2004 nog 7 Belgische medailles werden veroverd.
Vandaag de dag is het echter noodzakelijk geworden om te werken aan de hand van een combinatie van sportieve en persoonlijke karakteristieken, die op continue basis dienen te worden herbekeken. In concurrerende landen werd geopteerd voor specifieke topsportprogramma’s in één enkel centrum, waar jonge atleten met een handicap kunnen rekenen op professionele training en begeleiding. We wensen er ook in België een vernieuwde professionele benadering op toehouden, met als doel in de toekomst een rol van betekenis te kunnen blijven spelen op internationaal sportvlak.
Het topsportstatuut bestaat uit 3 fasen: elite, belofte en talent. Het is niet noodzakelijk dat een atleet elke fase doorloopt:
- Een atleet met het statuut van elite presteert op wereldniveau
- Een atleet met het statuut van belofte presteert op Europees niveau. Hij/zij is bij voorkeur jonger dan 30 jaar.
- Een talent presteert goed op nationaal niveau en heeft potentieel om door te groeien naar het statuut van belofte of elite. Het talent is bij voorkeur een -23 jarige of een relatief jonge neofiet.
De atleet of het team zal vanaf heden geëvalueerd worden aan de hand van een globaal rapport. Dit houdt in dat, buiten de sportieve prestaties om, eveneens rekening zal worden gehouden met fysieke, wetenschappelijke, voedinggerelateerde, medische en psychologische parameters. Het ultieme doel bestaat erin de prestaties van de atleet of het team te optimaliseren, dit in nauwe samenwerking met Topsport ABC en CEPS.
Bijgevolg moet de atleet:
1.een topsportstatuut conform de prestatiecriteria van het BPC vzw hebben;
2.bereid zijn zich te engageren tot en met minstens 2012;
3.een stijgende curve in zijn/haar prestatielijn tonen;
4.zich door competente sporttechnische personen laten omkaderen;
5.een meerjarenplanning kunnen voorleggen;
6.wekelijks voldoende trainingsarbeid doen, hetzij in een club hetzij op individuele basis;
7.goed scoren op de onderdelen van de screen van het fysiek prestatievermogen: de inspanningstest, de lenigheidtest, de onder waterweging; er wordt gewerkt aan een verdere verfijning van de testprotocollen en een afstemming op de internationale standaardnormen van atleten met een handicap. De atleet (en de trainer) krijgt advies en richtlijnen voor een verbeterde score tijdens de volgende testfase.
8.over een weerbaar mentaal persoonlijkheidsprofiel beschikken;er wordt een mentale screen opgemaakt door middel van vragenlijsten en een interview. De atleet krijgt feedback en tips over zijn/haar motivatie, angstpatroon, probleemaanpak, mentale vaardigheden en persoonlijkheidskenmerken.
9.ervoor instaan dat hij/zij blessures onmiddellijk meldt en laat verzorgen; er wordt een ‘be top’ gezondheidsboekje ontwikkeld waarbij de atleet zelf verantwoordelijk is dat alle medische en paramedische aspecten vermeld worden. De atleet krijgt advies i.v.m. preventie op (herhaalde) blessures.
10.de adviezen van de leden van de Commissie Topsport toepassen.










